Kwaliteit

Kwaliteit

Kwaliteit

 

HZD is, namens de bij ons aangesloten huisartsen, verantwoordelijk voor de organisatie van de chronische zorg. En daarmee ook voor de kwaliteitsuitkomsten van de totale zorggroep. De huisarts is en blijft verantwoordelijk voor de kwaliteit van de geleverde zorg in zijn of haar huisartsenpraktijk. Kwaliteit is in het professionele denken en handelen van een huisarts verankerd. Daarom vinden we elkaar in een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor kwaliteitsverbetering. 

We richten ons ook dit jaar op de kwaliteit op praktijkniveau. Door het CVRM-zorgprogramma hebben onze praktijkconsulenten opnieuw een groot aantal huisartsenpraktijken bezocht. Inmiddels zijn zij bekenden van de praktijken geworden en merken we dat de drempel om hun hulp in te schakelen steeds lager wordt.

Ons kwaliteitsbeleid

Beleids- en adviescyclus
Beleids- en adviescyclus

2016

Nieuw in 2016 is de focus op doktersassistenten. We zijn een zoektocht begonnen hoe we doktersassistenten zo goed mogelijk in hun (CVRM-)werkzaamheden kunnen ondersteunen. 

We bieden voor het eerst een specifieke scholing voor doktersassistenten aan. 

Siska van der Vlugt

Scholingen

We organiseren scholingen voor DM type 2, COPD, ouderenzorg en bedrijfsvoering, om aan de deskundigheidsbevordering te voldoen. Dit jaar hebben we ons aanbod uitgebreid met CVRM-scholingen.

Nieuw

Ongeveer 90 Drentse doktersassistenten hebben deelgenomen aan de nieuwe CVRM-scholing. Daarnaast hebben 20 doktersassistenten een diabetesscholing gevolgd. We breiden het scholingsaanbod voor doktersassistenten volgend jaar uit met de scholing ‘Motiverende Gespreksvoering’.

Ook hebben we een specifieke CVRM-scholing voor praktijkondersteuners georganiseerd: 36 praktijkondersteuners hebben de Xpert-cursus Hart- en Vaatziekten gevolgd. Ook ons scholingsaanbod voor praktijkondersteuners zal volgend jaar worden uitgebreid. De komende jaren neemt het aantal zorgtaken van de praktijkondersteuner toe, waarvoor aanvullende kennis over andere chronische aandoeningen nodig is. 

Ons streven was de IMIS-scholing (inhalatie medicatie) zoveel mogelijk voor een uniforme patiëntinstructie in de huisartsenpraktijk te laten plaatsvinden. Dit jaar zijn 5 huisartspraktijken (44 zorgverleners, waarvan 14 huisartsen) op dit aanbod ingegaan. Een mooie ontwikkeling: huisartsen namen eerder niet deel.

Benchmarkcijfers

 
 

Download Score DM type 2 indicatoren

Download Score COPD indicatoren

DM type 2

In 2016 zijn er 30.505 DM type 2 patiënten > 18 jaar in Drenthe.
Daarvan is 86% (26.255 patiënten) in dit zorgprogramma geïncludeerd. Dit zijn 1142 patiënten meer ten opzichte van vorig jaar. De stijging van 4% laat zien dat het aantal patiënten met DM type 2 toeneemt. Zeker in Drenthe, waar het percentage van mensen met overgewicht hoger is dan het landelijke gemiddelde. Een andere verklaring voor deze stijging is een betere registratie van de hoofdbehandelaar.

% deelname aan zorgprogramma

Hoofdbehandelaar specialist

Opvallend is het lagere percentage van diabetespatiënten die in de 2e lijn door een specialist worden behandeld (10,4%). Internisten verwijzen patiënten sneller terug naar de 1e lijn. Huisartsen verwijzen minder snel naar het ziekenhuis, omdat de kennis over diabetes en het gebruik van insuline in de huisartsenpraktijk is toegenomen.

Onderstaande tabel toont een verschil in regio's. De regio’s Emmen, Meppel en Assen scoren rond het landelijk gemiddelde (10%). In Hoogeveen worden patiënten langer in de tweede lijn behandeld in het Bethesda Diabetes Research Centrum.  

Indicator per regio Assen Emmen Hoogeveen Meppel
% patiënten 10% 9% 15% 9%

Scores op indicatoren

De registratie van indicatoren is een aanwijzing dat er gestructureerd aandacht is voor de patiënt. De scores zijn op een aantal procesindicatoren licht gedaald en alsnog voldoende. 

Voetonderzoek

Dit percentage is gedaald met 4,6%. Dit zien we ook landelijk. Al kent Drenthe een sterkere daling van -1,1%. Vanaf 2015 hebben podotherapeuten een structurele rol bij de voetzorg voor diabetespatiënten. Het kan zijn dat de huisarts of de praktijkondersteuner minder frequent voetonderzoek doet. Een andere oorzaak kan zijn dat huisartsen de terugkoppeling van de podotherapeut voldoende vinden.

De huisarts blijft verantwoordelijk voor de voetzorg en daarmee ook voor de registratie van de Simms en/of zorgprofiel. Een aantal podotherapeuten lijkt de bevindingen niet structureel te rapporteren. Hierover gaan we in overleg.

Bepaling eGFR en urineonderzoek

Het aantal patiënten waarbij een eGFR is bepaald, is licht gedaald (1,28%). De meeste patiënten leveren urine in wanneer ze bloed laten prikken. Daardoor is ook het percentage patiënten met urineonderzoek gedaald (-1,73%). HZD scoort net onder het landelijk gemiddelde. De jaarlijkse bepaling van eGFR en urineonderzoek is standaardzorg geworden voor diabetespatiënten. Ondanks de lichte daling een mooi signaal!

Funduscontrole binnen 2 jaar

Het percentage patiënten met een funduscontrole is 2% gestegen. We hebben dit jaar afspraken gemaakt met Treant Emmen en Hoogeveen over het terugkoppelen van de uitslag. Hiervoor diende de uitslag handmatig in het eigen HIS te worden overgenomen. Vanaf nu wordt de uitslag als NHG-labcode rechtstreeks in het HIS ingelezen. Dit gaan we ook in 2017 inrichten voor Assen en Meppel. Landelijk gezien scoren we boven het gemiddelde op deze indicator.

Indicator Landelijk gemiddelde 2016 HZD 2016 HZD 2015
% patiënten 88% 90% 88%
 

Diabetes is reguliere zorg geworden en goed geregeld. Blijvende aandacht is nodig om dit hoge niveau de komende jaren vast te houden!

Siska van der Vlugt

COPD

In 2016 kent Drenthe 10.685 patiënten met COPD. Een stijging van 228 patiënten ten opzichte van vorig jaar. Ongeveer een derde van deze patiënten wordt door de specialist behandeld. Het aantal COPD-patiënten in de tweede lijn is gestegen met 3% ( 27,6% in 2015 en 30,7% in 2016). Ten opzichte van landelijke cijfers (25,2%) worden in Drenthe meer COPD-patiënten door de specialist behandeld.

% deelname aan zorgprogramma

Een verklaring is lastig. De kennis en vaardigheden op het gebied van de behandeling van COPD in de huisartsenpraktijk is ruim voldoende. Dit wordt door de longartsen erkend. Zij verwijzen regelmatig stabiele patiënten terug naar de eerste lijn.

Scores op indicatoren

Bijna alle scores zijn gedaald:

Bijna alle scores zijn gedaald:
Controle inhalatietechniek -8,8%
Spirometrie uitgevoerd +13,3%
MRC/CCQ -10,9%
Bewegen gecontroleerd -3,1%
Rookgedrag vastgelegd -6,3%
BMI gecontroleerd -4,1%
Stootkuren 2 of meer +2.9%

Hoe komt dit?

De aanname dat deze daling mogelijk kan worden verklaard door het zorgprogramma CVRM wordt niet bestendigd. Dat blijkt uit de cijfers: HZD heeft de scores op de COPD-indicatoren vergeleken tussen huisartsenpraktijken die wel en niet deelnemen aan CVRM. Verrassend genoeg blijken de huisartsenpraktijken die ook deelnemen aan CVRM gemiddeld hoger te scoren. Zijn die huisartsenpraktijken beter georganiseerd?

De COPD-benchmarkcijfers zijn besproken in de regionale kwaliteitsteams en in het provinciale COPD-overleg. Een verpleegkundige noemt het ‘laaghangend fruit’ als verklaring. De bereidwillige COPD-patiënten zijn de afgelopen jaren geschoold en behandeld in de eerste lijn. Een grote groep COPD-patiënten is minder gemotiveerd. Deze groep heeft baat bij een goede behandeling, maar staat hier minder voor open. Het motiveren van deze patiëntengroep vraagt om meer inspanning vanuit de Drentse huisartspraktijken; een uitdaging!

 

CVRM

Veel Drentse huisartsenpraktijken toonden belangstelling voor dit zorgprogramma. Een groot aantal praktijken is direct in januari ingestroomd. 

Het opzetten van een nieuw ketenzorgprogramma vormde een grote uitdaging voor onze praktijkconsulenten, die de huisartsenpraktijken hierin ondersteunen. Ook bleek het includeren van de patiënten intensief voor de Drentse huisartsenpraktijken. Gemiddeld behoort 10 tot 15% van alle patiënten tot de CVRM-populatie.

Inmiddels hebben de deelnemende huisartsenpraktijken de CVRM-populatie grotendeels in kaart. De uitdaging voor volgend jaar is het kennisniveau van huisartsen over deze populatie te verbeteren, zodat CVRM-patiënten niet onnodig in het ziekenhuis worden behandeld. Zo’n 65% van alle Drentse huisartsenpraktijken neemt inmiddels deel aan het zorgprogramma CVRM.   

De implementatie

Alle deelnemende huisartsenpraktijken zijn voorafgaand aan de start bezocht door onze praktijkconsulenten. Zij hebben geholpen met de inclusie van de patiëntenpopulatie, risicoprofiel­bepaling en het maken van werkafspraken in de praktijk.

Verder hebben wij geprobeerd huisartsen en praktijkondersteuners zo goed mogelijk te ondersteunen in de implementatie. Dit hebben we gedaan door diverse hulpdocumenten te ontwikkelen, zoals protocollen, stappenplannen en checklists. De veelgestelde vragen zijn verschenen in een handige FAQ. Allen te raadplegen op hzd.nu. 

Scores op indicatoren

Vanaf Q2 2016 zien we een duidelijke stijgende lijn in de registratie van CVRM-indicatoren. 

Klachtenprocedure

Een professionele kwaliteitsorganisaties beschikt over een klachtenprocedure.

Stefan Meinema

Naar aanleiding van de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) streven we naar een goede, snelle en laagdrempelige afhandeling van klachten en geschillen. HZD heeft hiervoor een klachtenregeling opgesteld en zich aangesloten bij de landelijke geschilleninstantie ‘Stichting Klachten en Geschillen Eerstelijnszorg’ (SKGE).